zaterdag 28 juli 2012

Een stralende teint




Ik lees het doktersrecept nog eens over. De suffixen op het briefje geven me het gevoel dat ik op zoek ben naar een klein onoverwinnelijk dorpje in Gallië. Niets is minder waar. Ik sta in de De Lairessestraat bij de De Lairesse Apotheek. De chemische graancirkel die ik betreed is een ervaring op zich. Als je niet bekend bent met CSI heb je toch op z'n minst het idee dat je in een klinisch groene capsule bent beland. Vanuit een omtrek van 360 graden word ik beschenen door een zeegroene neonverlichting achter ontelbare transparante lades. De counter hangt als een zwevende rib in de ruimte.
 
Achter mij een poster van Vichy. Het merk dat leunt op een autoriteitsargument. Verkocht door uw apotheek dus goed. Het persuasieve effect slaat mij niet over. Dagelijks bestudeer ik mijn tronie op zoek naar die beloofde stralende teint waar de verpakking van het zachtroze thermale wondermiddel over rept. Het uitblijven ervan nu. Begrijpelijk gezien de toestand waarin ik hier bij de balie van de distributeur sta.
 
Ik kijk naar de donkere dame achter de toonbank. Zie dat ze moeite heeft telkens weer die hanenpoten op witte memo's te ontcijferen. Haar sneakers piepen op de strakke gietvloer tijdens een behendige draai richting de verlichte medicijnbakken achter haar. De lades zingen soepel in de geleiders als ze er drie doosjes uitneemt.
 
"Dit is voor de insulten", verklaart ze terwijl de verpakking in de papieren zak verdwijnt. Ik hap naar adem. Volg de assistente die druk is met het afwerken van de lijst. Na een greep uit een bak worden er zes injectienaalden aan toegevoegd. "Bij iedere injectie een nieuwe naald gebruiken. Dus zes keer per dag." Kuchend sla ik met mijn vlakke hand op mijn borst. Ik zoek houvast in een zak honingdrop, haar blik in een moment van afleiding op mij gericht. "Heeft u iemand die u daarbij kan helpen?" Ik slik. Mijn huig plakt bitter in m'n keel. "In een terminale situatie heeft u recht op aanvullende verzorging", hoor ik haar toelichten. Een benauwdheid beknelt me. Ik wil weg. Zo snel mogelijk naar huis. De witte zak met de esculaap onder mijn arm geklemd.
 
"Nummer 96!" klinkt het door de ruimte. Ik kijk naar de Yin en Yang op mijn papiertje. Mijn beurt. Met een blaffende hoest overhandig ik mijn Asterix en Obelix. "Een griepje vermoed ik?" Ik knik terwijl ze het recept open vouwt. "En...", een volgende aanval onderbreekt mijn spreekbeurt. In een gelaten poging mezelf duidelijk te maken maai ik mijn lusteloze hand richting de roze grafische print achter haar. Ze draait zich om. "En een flesje Vichy reinigingsmousse", weet ze mijn zin af te maken. Ik glimlach. Die stralende teint. Daar gaat het om.



woensdag 18 juli 2012

De smaak van aardbeien





Ze passeert het elektronische poortje. De C1000. Nooit de Albert Heijn. Dat is de winkel van haar ex. En zelfs dan weet je het maar nooit. Ook die zou haar ontrouw eens kunnen uiten. Voorzichtigheid is dus geboden. Ja, voorzichtigheid. Dat is waar het om gaat. Dat je goed op je hoede blijft. De controle niet verliest. Nooit! En daar ligt nou juist haar kracht weet ze zelf. Haar ogen glunderen vergenoegd.

Ze duwt het karretje voor zich uit. Een keurig gevouwen papier wordt uit de zak gehaald. Het boodschappenlijstje. De ingrediënten in lange letters onder elkaar gerangschikt. Parmigiana zal ze vanavond maken. Een gerecht dat het altijd goed doet. Ook bij haar nieuwe liefde. Of was het dan toch die ene afbrekende opmerking van haar oude...? Ach. Wat doet het er ook toe. Ze wuift een gedachte weg. Met gedecideerde tred rolt ze het wagentje langs de schappen. Voor haar geen zwengelende wieltjes, weifelend voor iedere reclamezuil. Haar doel is duidelijk. Het lijstje een leidraad.

Voor het vak met sanitaire benodigdheden houdt ze in. Twee pakjes tampons waarvan de inhoud in de kartonnen verpakking rammelt als de doosjes op het stalen raster van het karretje kletteren. Zevenenveertig jaar maar nog steeds wordt ze ongesteld. Trots is ze op haar lichaam. Op feestjes informeert ze heimelijk bij haar leeftijdsgenoten. De benchmark. "Iedere maand kan ik er de klok op gelijk zetten", meldt ze de gasten ongevraagd. Terwijl ze het zegt, vult haar maag zich met angst. De angst voor de vergankelijkheid. De angst niet meer terug te kunnen vallen op een ooglidcorrectie, op een nieuwe glimlach vol facings. De angst alleen over te blijven. Met zichzelf. De knokkels van haar handen kleuren wit als ze krampachtig de duwstang omklemt. Maar ze hervat zich snel. Met haar nieuwe liefde claimt ze zekerheid. Toch?

De gang door de paden wordt voortgezet. De tegeltjes weerkaatsen de kilheid van haar klakkende hakken. Een volgende stop. Haar hand wil naar de tissues grijpen. Ze bedenkt zich net op tijd. Schichtig kijkt ze om zich heen. Want je weet het maar nooit. Een ongenode voyeur zou kunnen denken dat ze nog verdrietig is. Een voorraad zakdoekjes inslaat voor het gesnotter en getetter. Stel je voor! Ze grijnst. Kijk, dit is nou precies die controle die zij als geen ander beheerst.

Op naar de hapjes en de snacks. Olijven en exclusieve kaasjes. Gezelligheid kun je kopen. Gezelligheid is een borrel met nootjes om vier uur. Gezelligheid is een weekendje weg. Een culinair verblijf in een chique hotel op Texel, de Veluwe, Cannes, Nice. Ja, Nice! Een tip uit een kwaliteitskrant. Ze had 'm destijds uitgescheurd. Bewaard bij alle andere vijf sterren tips. Wat hadden ze daar genoten. Ze verkneukelt zich bij een bakje pistachenootjes alsof het een herinnering draagt. Hup in de wagen.
Even weer die vluchtige blik door de winkel. Zouden de mensen wel zien hoe gelukkig ze is? Hoe goed ze haar leven voor elkaar heeft? Twitter. Facebook. De digitale weg naar de buitenwereld. Een schreeuwende etalage smekend om bevestiging. Benutte ze dit platform wel voldoende? En op hoeveel vrienden zat ze nu eigenlijk? De laatste maanden waren er toch vele namen aan de lijst toegevoegd. Namen achter gezichten die ze in gezelschappen had ontmoet. Mijn God, wat hadden ze om haar gelachen! Ze hadden haar geprezen om haar immer succesvolle act. In de luttele seconden waarin ze haar beheersing laat gaan, slaat haar vlakke hand op de wagen.

Nog hoofdschuddend duwt ze het karretje richting uitgang. Een korte onderbreking bij de ramen van het vriesvak. Ze werpt een tevreden blik in de bevroren spiegel voordat ze haar aankopen afrekent. De kassa. Haar keurig afgewerkte lijstje rolt gecontroleerd over het zwarte rubber. En dan bevangt haar toch weer even die schrik. Onveilig voelt ze zich als ze de bederfelijke gezelligheid op de loopband voorbij ziet glijden. Boodschappen als illusies waarvan de houdbaarheidsdatum snel verstreken raakt. Ze voelt zich betrapt. Bespied. De buitenwereld altijd op de loer om haar te verraden. Een laatste daad zal ze moeten stellen om hen te slim af te zijn. Haar omgeving op een dwaalspoor te zetten.

"Mag ik één pakje condooms met aardbeiensmaak?" roept ze resoluut. Een gevoel van triomf maakt zich van haar meester. Een giechel ontsnapt. Ze lacht. Ze lacht harder. Ze schatert het uit nu. De rij achter haar in verwarring achter zich latend. Zij de enige die de waarheid kent. De enige die weet dat ze helemaal niet van aardbeien houdt.