maandag 20 juli 2020
Bring Your Own Office
It was during a meeting last November that one of us asked our manager for his view on Working From Home. It got answered by a chuckle and a short comment that disappointed all those who thrive by more mobility and flexibility. Three months later 98% of all employees was forced to work from home. And see, a disaster stayed out.
Yes, there is a glimmer of hope at the horizon for those who simply feel and perform better by working in their own ‘habitat’. And no, I am not arguing WFH should be the new standard. There are still many employees who feel more grounded in a structured office environment and prefer a strict distinction between ‘work’ and ‘home’. And then I am not even mentioning those who consider a trip to the office a welcome escape from the daily hustle and bustle at home. That’s perfectly fine! The point I would like to raise is that we shouldn’t consider it a Yes or No discussion, but to finally acknowledge and include that group that simply has other needs to get the best out of themselves.
Telecommuting or teleworking was the promising perspective gaining more attention already since the 70s. Global internet gave a boost to all opportunities to connect over a distance. These days most of us have several digital profiles at the same time on platforms like WhatsApp, Instagram, Facebook and LinkedIn and none of us are surprised to receive holiday pictures, a request to connect or any other messages on a 24/7 basis from relatives, friends, colleagues and clients regardless their residence. We can’t imagine life without our smart phones and a decent wifi-connection and we feel proud to say we are so much more flexible compared to the former generation. But why are we still so reluctant then if it comes to WFH?
I think the answer lies in stepping out of your own comfort zone and letting go any prejudices about WFH and to understand and acknowledge diversity. What works for one person, isn’t automatically the best for the other. For some having the flexibility of mobility simply means a better work/life balance. Research confirms most employees are about 10%-20% more productive and – maybe even more important – are feeling happier in both work and life environment.
Till this point I don’t think there will be any reader arguing against. Especially now the COVID-19 period proved WFH doesn’t mean a collapse of our business. But I would like to bring it even a step further, curious to see if my following plead leads again to a chuckle and a short hesitant reaction. What if we extend the definition Working From Home to Working From Your Preferred Place?
In 2016 an Amsterdam based Marketing Agency called Brandfirm encouraged their employees to move for three months to Bali. Escaping the dark, cold winter in Amsterdam and changing it for a new inspiring work environment led to happier employees, more engagement with the company and the highest revenues ever generated. This proven success made them decide to make it a yearly happening since then.
No, I don’t expect many companies to bridge that gap that quick and to offer their employees a yearly workation in near future. But it definitely made me think. Why should working from home mean working from home? During many ZOOM meetings I have seen kitchen-tables, garden houses, bed-rooms, living rooms with pets or kids crawling around. Why shouldn’t we be allowed to choose the best office space we can think of to spend our working days? Why shouldn’t we be allowed to put a desk on a place with a sea view, wearing flip flops and a simple t-shirt? Would anyone have judged or considered my output different if I would have disclosed to you now that I am working from a nice apartment in CapeTown since the lock-down?
Elon Musk just launched another bulk of his SpaceX Starlink satellites floating in low earth orbit to provide us the best internet connection everywhere in the world, so the opportunities are absolutely not restricted to our office or home. And leaving behind that dress code of wearing suits and ties isn’t the end of the world either. By the way, who invented that code that we all seem to adhere so strict? Name me a person that inspires you most. I bet amongst all the answers I would get from you, hardly none of your ‘heroes’ is or was wearing a suit.
I hope the above will trigger you to think over the next level of opportunities that lie ahead of us and to challenge yourself with the question “why not?!” Good arguments should be sufficient to make the change rather than waiting for a next event that forces us to be more open-minded on these matters. It has been a smooth process for many companies to implement Bring Your Own Device. I see no constraints to extend it to Bring Your Own Office.
(Officiële publicatie betrof een artikel voor internationaal publiek. Overige blogs blijf ik in het Nederlands schrijven.)
zondag 30 april 2017
Harbour
Hetzelfde restaurant maar
toch zo anders. De ober is verruild voor een hipster die de nieuwe naam van
deze hotspot met trots op zijn shirt lijkt te dragen. Het krijtbordje dat
wezenloos voor me ligt, somt de laatste foodtrends op.
“Mooi hoe we in liefde samen
in gesprek zijn”. Ik glimlach om de worsteling, waarmee ik haar werkelijkheid
probeer te ontcijferen te verbergen. Ik toon me wellicht zachtmoedig, omdat ik
hou van deze vrouw. Maar voor ‘in liefde’ is vertrouwen nodig en dat was al een
tijdje verdwenen.
“Sorry, wij hebben nog
niet gekeken”, verontschuldig ik me bij de jongeman met de knot, en ik vraag me
af of we deze avond überhaupt tot een besluit zullen komen.
Wat was het wat destijds als
een meedogenloze Samurai het zwaard door mijn ziel had gehaald? Zo scherp en
treffend. Pijnloos ploegend door mijn zachte vlees. Thuiskomend van onze eerste
ontmoeting pas bemerkend dat er genadeloos was toegeslagen. Mijn hand op mijn
hart. Het shirt doorweekt van een loskomende warme gloed. Verliefd.
Of ik weet wat een
commissariaatje tegenwoordig oplevert. Ik schrik op uit mijn gedachten. Met
slechts vijf mille verschil blijk ik er niet ver naast te zitten en in een snel
rekensommetje wordt mij met een zelfgenoegzame blik voorgelegd dat twee van die
commissariaatjes voldoende zijn voor een ruime voorziening in levensonderhoud.
Terwijl de leegte nog
nagalmt weet ik met moeite enige bewondering te veinzen: “Tjeetje, joh…!”
Het leven gevat in rankings
en getallen. De laatste jaren vormden een spoedcursus hoe je kon klimmen op de
H-index, wat lunches met oud-kamerleden voor je carrière kunnen doen en bij welke
opoffering de Nederlandse tennisbond je bevorderde tot speelsterkte vijf.
Waar waren onze dromen
met viltstift getekend op een uitgevouwen servet? Simpele dromen waarmee je de
poppenkast die deze wereld soms is, kon ontstijgen. Had in plaats daarvan niet
juist die wereld ons bij de enkels gegrepen om ons genadeloos te laten
struikelen?
Ik kuch. Schraap mijn
keel om me te bevrijden van dat wat me al te lang benauwt. “Ik zit al een
tijdje niet zo lekker in jouw vel.”
Deze kwinkslag verhult
wat ik eigenlijk zou willen uitschreeuwen. “Ik mis je!” Maar miste ik haar of
miste ik het perspectief op de vrouw die ze in die prille dagen samen tekenend op
ons servet zelf ook meende te zijn? De vrouw waarvan ik hoopte dat ze haar
eigen levensreis durfde te maken in plaats van het geluk vanuit haar
comfortzone naar zich toe te willen harken.
De realiteit van ons
gedroomde samen zwerven bleek wandelen in een afgebakend gebied niet te ver van
huis en binnen vastomlijnde tijden, onze sporadische theaterbezoeken verzandden
nog voor eindtijd in een excuses fluisterend gestuntel langs de rijen, zodat met
een autistische nauwgezetheid de trein van acht over half tien kon worden
gehaald, reizen om ons te verrijken met nieuwe verhalen bleef synoniem voor een
veilig bezoek eens per jaar aan haar eeuwig vertrouwde appartement tussen onveranderde Zwitserse bergen, vrij tennissen in het stadspark legde het nog altijd af
tegen strakke competitieschema’s met haar eigen team waarbij ik haar slechts via
WhatsApp kon toejuichen.
Was onze liefde dan toch
misschien niet meer geweest dan de gekunsteldheid van een zorgvuldig
geënsceneerde selfie waarin we ons aardig hadden verslikt?
“Voor mij geen toetje
meer”, gebaar ik terwijl ik mijn broekriem een paar tandjes meer ontsluit.
Zenuwachtig tol ik met een bierviltje, wachtend op haar repliek.
Dat we twee mooie mensen
zijn die daar samen kunnen uitkomen door te praten. Praten. Het is niet de
eerste keer dat ze deze oplossing aandraagt. Praten. Het is een uiting van
machteloosheid te vaak gebezigd door mensen die het vermogen missen om ook
daadwerkelijk iets te doen. Praten. Het
was die onophoudelijk uitgesproken stroom aan vooruitgeschoven plannen en beloftes
die onze chemie had uitgeblust.
Ik sta op, omdat mij nog
maar één antwoord rest op de situatie die mij inmiddels heeft uitgehold, mijn
laatste restje hoop ontoerekeningsvatbaar heeft verklaard.
“Please, doe het niet!” En
in haar smekende ogen, blauw groen zwart, meen ik nog één keer de vrouw te zien
die mijn besluit tot de grootste dwaling in mijn leven kan degraderen, al weet
ik dat haar comfortzone mij zelfs vannacht nog zal verraden.
Ik frommel in mijn zak op
zoek naar dat wat ik al jaren trouw bij me draag. Ik ontvouw de vrolijk beschreven
helften over ons tafeltje en scheur zorgvuldig over de vouwlijn. Onze eens zo gedroomde
levens een wirwar aan lijnen, uitgestippeld in hun weg omhoog.
“Ik betaal”, besluit ik
terwijl ik mijn helft weer opberg. “Maar niet langer met mijn leven.”
“Alles naar wens?” Het
knotje neemt ons in de slipstream van een blad gin tonics voor de tafel achter ons mee. “Wij willen graag de rekening”, antwoord ik, maar als ik bevestiging
wil zoeken bij mijn tafeldame blijkt de stoel tegenover mij leeg. Slechts het
stilleven van een flesje tonic en een uitgeknepen partje citroen getuigt nog
van haar aanwezigheid een luttele minuut geleden. Haar helft van het servet verdwenen.
woensdag 21 oktober 2015
Ménage à trois
‘Een ménage à trois dus?!’ Nee, zo ligt
het niet, beantwoord ik met zelfverzekerde trots de ironie op de spottende
smoelen in de mij omringende feestelijke kring. ‘Soms is er in het hart gewoon
ruimte voor twee’, nuanceer ik met een overtuiging die mij sinds een aantal
maanden zelf ook verbaast. Ik voel hoe de in het brein gesleten grondbeginselen
van monogamie als tektonische platen in de krappe ruimte wringend een weg
zoeken op mijn woorden. Mijn liefdesleven het epicentrum van de krakende
gewetenscrisis die nu lijkt te ontstaan in dit gezelschap van de brave moraal.
‘Gelijkwaardigheid. Dat is het toverwoord’, oreer ik, terwijl ik de Verdejo met
souplesse in mijn kristallen bokaal doe kolken. ‘Gelijkwaardigheid’. Het is het
woord dat uitgesproken door mijn nieuwe liefde klinkt als de poort naar een nog
onontsloten paradijs.
‘Gefeliciteerd!’ Over de schouder van de
gastvrouw die ik met zoenen begroet, ontwaar ik dezelfde gezichten als een jaar
weleer. Met nieuwsgierigheid verpakt als interesse word ik ontvangen door het
voor mij tot vorig jaar nog onbekende publiek. ‘Mijn geliefde?’, beantwoord ik
de zoekende blikken speurend achter mijn rug. ‘Verhinderd’, zeg ik naar
waarheid, mij baserend op de laatste appjes met foto’s die pijnlijk getuigen
van een gelukkig koppel elders in de stad. Gelijkwaardigheid is koorddansen op
de scheidslijn tussen empathie en openheid, houd ik mezelf voor. Onze
wederzijdse liefde mijn balans. ‘Natúúrlijk hadden we hier graag samen willen
staan’, klinkt de toevoeging die meer aan mijn eigen wens lijkt te zijn
ontsproten. Ik nip aan de Verdejo. Het stukje kurk dat meekomt, voelt als een
boei waar mijn geloof op kan drijven. ‘Gelijkwaardigheid’. Het is het woord dat
uitgesproken door mijn lief klinkt als een belofte naar een nog altijd
onontsloten paradijs.
Ik overhandig mijn cadeau met drie snelle
zoenen. Hoe verplaats ik me ongezien door het weer een jaar ouder publiek?
Mijn vlucht beweegt zich met een boog om de kliek naar de tafel met
borrelhapjes en snacks waar ik me een tijdje weet te verschansen tussen de
afgeprijsde Stegeman en een Palet de Chèvre, lees ik op het kaartje. ‘Is
je lief er niet?,’ overhandigt een verjaardagsganger mij een glas Verdejo. Mijn
hand houdt de kaasstolp zorgvuldig gesloten, omdat het gezegde leert dat het
pas gaat stinken als je de onderliggende waren ontsluit. Ik hoor mezelf
verdedigen waarom we nog steeds niet bij elkaar slapen. Het heeft iets te doen
met de andere partner voor wie dat zwaar valt. Het in rust delen van de intimiteit van de nacht is toch zeker iets anders dan het ongeremd botvieren van onze lusten tijdens de vaste rendez-vous overdag, zeg ik alsof aan het quasi filosofische gehalte
sympathie kan worden ontleend. Of ik me hier in kan vinden weet ik niet meer en eigenlijk
ontgaat me na tweeënhalf jaar nu zelf ook het waarom. Maar ik spreek met
respect, al mijd ik zorgvuldig het woord gelijkwaardigheid. Het is een woord
dat uitgesproken door mijn lief inmiddels klinkt als een gouden ketting naar
een misschien wel eeuwig onontsloten blijvend paradijs.
Als onverbeterlijke laatkomer vind ik mijn
komst in een kamer vol verjaardagsvisite. Mijn met zorg verpakte boek drop ik op een verkreukelde stapel cadeaupapier. Het laatste jaar heb ik me ontiegelijk bekwaam gemaakt
in het vermijden van vragen die mijn laatste restje vertrouwen konden
ondermijnen. Maar voor deze gelegenheid heb ik me moed ingedronken. Ik vul mijn
glas voor de zoveelste keer met Sauvignon Blanc die ik steevast, en intussen
als een Daffy Duck imitator, Verdejo blijf noemen. Vandaag houd ik me staande,
beloof ik mezelf in mijn dronken oprechtheid. Ik meen dat er links van mij naar
mijn lief geïnformeerd wordt, maar in het delirium van de waan laat zelfs mijn
gehoor me in de steek. De menigte lijkt zich al lang niet meer te interesseren
voor een ménage à trois. De continentale aardkorsten van het brein zijn
weer gaan liggen en de enige aardverschuiving die zich heeft voorgedaan, is het
ontstaan van mijn eigen geïsoleerde eiland in mijn ziel. Een schrale vlakte.
Een geërodeerd vallei waar slechts passie wilde bloeien. Waarom zou men ook een
tweede maal zaaien wat thuis al geoogst is? Waarom elders nog eens aanhaken als je je in de eigen stede al kunt nestelen in eeuwige verbondenheid? ‘Gelijkwaardigheid’.
Het betekende begripvol blijven knikken naar de burcht van het huwelijk vanuit
het verborgen torenkamertje dat naar believen van het slot werd ontdaan.
‘Gelijkwaardigheid!’, bral ik alsof ik mijn
herwonnen vrijheid er nog eens mee wil bezegelen. In een laatste triomfpoging
sleep ik mijn wankel gemoed naar de tafel met kazen. Ik licht het glazen deksel
tot een dampende waarheid me tegemoet walmt. Met een willekeurige greep maai ik
tussen de gezellige sauzen. Mijn laatste weerwoord knijp ik in woest krullende
curryletters op de Camembert: Een ménage à trois, ça n exciste
pas!
zondag 27 september 2015
Weerzien met Medusa
De koningin van de groep komt op me af. Met argusogen nagestaard door een vaste delegatie die zich al de hele avond om haar heen heeft geschaard. Mijn naam wordt met duidelijk articulerende lippen door het achtergrondkoor getaxeerd. “Bitch”, zie ik drie dames eensgezind playbacken. De leidster nadert mijn danscirkel. Met majestueuze verfijning word ik gevorst. “Het gevaar bevindt zich weer dichtbij”, klinkt haar stem als een persoonlijk welkom dwars door de beat heen. Haar hand streelt steels de mijne. Pakt ‘m vast. Knijpt even ter manifestatie van haar boodschap. “Lazarus?”, vervolgt ze met een blik op het glas Prosecco in mijn hand. Ik beantwoord het wederzien met een ongestoorde voortzetting van mijn dansmoves. Haar uitgestrekte arm reikt me een halve liter flesje Spa Reine. Ik neem een slok. “She gave me water”, gaat het door me heen en ik realiseer me dat zojuist de hiërarchiebepaling heeft plaatsgevonden. Dansend mijn plaats bevochten. Met één slok verloren.
De drie
gratiën hebben zich inmiddels een weg door de menigte gebaand. Als bodyguards geposteerd
om de hoogste in rang die haar gedroomde triomf viert met een brede grimas. Ik
word voorgesteld. “Pleased to meet you. I
hope you guessed my name”, prevel ik de Stones,
refererend aan de aan mij toegekende naam die ik een paar minuten eerder al
liplezend gewaar werd. Handen worden geschud, begeleid door een glimlach waar
het venijn zuur doorheen bijt. De krabbenmand. Zo leerde iemand mij. Mannelijke
krabben helpen elkaar over de rand. De andere sekse daarentegen laat zich geen
kans ongemoeid de ontsnappende ander met scherpe scharen terug te trekken. Ik
heb geen Discovery Channel nodig om te weten dat het waar is. But what’s puzzling me is the nature of this
game, klinkt de onvervalste melodie die in mijn gedachten zingt.
De koningin.
Het is de derde ontmoeting met de vrouw die mijn gewei graag aan haar
overwinningswand had gespijkerd. De vrouw door wie mijn afwijzing al twee maal
eerder synoniem werd verklaard aan een door mij ontwikkelde bindingsangst. Een geveinsde
diagnostiek die haar verlies beter past. Haar strategie ook zakelijk een
succes. Ze groeit. Ze is een rijzende ster. Haar omgeving de munitie om haar
doelen te bereiken. Een ongevaarlijke vuurlinie, verloren zonder gezagvoerster.
Knechtjes waarvan de loop hol klinkt. “Plop!”
“Dan zou ik
een dierenasiel opgezet hebben.” Het is een antwoord wat ik het politieke beest
toedicht in een toekomstig interview in EenVandaag.
Gevoed door de zeehondenogen van het soldaatje naast mij. “En wat brengt jou
hier?”, vraag ik de groenste van het legioen. “De liefde”, dweept ze richting
de meesteres waarvan verborgen in de menigte haar hand mijn billen streelt.
Mijn medelijden vertaalt zich in een vriendelijk gesprek, dat door Hare
Excellentie al snel de rug wordt toegekeerd. Toenadering nu ook door een tegen
de kou geklede brunette. Haar in leer gestoken handen klemmend om een glas
bier. Een blik van verstandhouding ontdooit de weg over en weer. Een
uitdrukking die ik versta. Niet alleen mijn naam troont de nominatielijst. Onder
de begeerde prooi prijkt ook de hare.
“Ik ben
gewaarschuwd op te passen voor jouw type”, biecht de bruinharige met een omzichtige
knik naar achteren. Argeloos glijden mijn ogen langs de Medusa met de breed
bemeten kaak. De omvang van het scharnier doet me nog altijd geloven dat hier
haar ego zetelt. Ik zoek een uitvlucht in de nachtelijke lucht, waar zelfs de
volle maan zich een weg door de sluierbewolking lijkt te willen huilen. Met een
teug sla ik de laatste bubbels achterover. Verbluffing maakt plaats voor een
hilarisch besef. Mijn gelaten grijns slaat om in een duivelse lach als ik met
prangende vinger naar de stadse klok wijs. “Ik moet snel gaan”, verkondig ik
mijn plotselinge vertrek. Het opgespaarde festivalplastic stapel ik als mijn laatste
wisselgeld in haar geschoeide hand. “Pssst”, klinkt het als ik me nog één maal samenzweerderig
voorover buig tot haar oor. Ik houd de spanning nog even in ere, alsof ik mijn
geheim liever met niemand had gedeeld. Maar dan uit zich wat ik nog nooit eerder
wist te bekennen: “Om middernacht, mijn lieve kleine soldaat, verander ik in
grote smurf!”
dinsdag 1 april 2014
woensdag 26 maart 2014
zondag 8 september 2013
KOUD BELLEN
Acquīrere. Veelvuldig gebezigd latijn
dat menig ZZP-er bij iedere lettergreep doet huiveren. Het weerhield haar er
niet van te doen wat iedere ondernemer te doen stond, wilde men de clientèle
uitbreiden: koud bellen.
iPhone,
BlackBerry en een analoge lijn. Drie apparaten hebben een vaste plek op haar
bureaublad. Want onbereikbaarheid is de sluipende vijand die de ondernemer de
dood in kust. In een ogenblik van bezinning weegt ze de toestellen, alsof het
succes in het aantal grammen besloten ligt. Ze is klaar om een braakliggend
terrein aan opdrachten te betreden.
Een
secretaresse neemt op. Met wie ze graag gesproken zou hebben, vraagt de geroutineerde
poortwachter op gelaten toon. Ze staart onbeholpen
naar de kale lijst adressen. Contactpersonen gaf het handelsregister niet. Niet
getreurd. Succes is af te dwingen met een goede voorbereiding, overwint ze haar
prille teleurstelling. Ze googlet haar magere bestand compleet. Het
jachtseizoen wordt in een tweede poging heropend.
“Ik
heb wel even tijd”, bevestigt de assurantiemarketeer voor wie in iedere
gelegenheid een kans broedt. Of haar onderneming al met de juiste zekerheid is
afgedekt, vraagt de makelaar in polissen na afloop om haar introductie in zijn
voordeel te beslechten. Dat is nog eens de oprechte zorg van ondernemers onder
elkaar!
Haar
voorspoed bestendigt zich in de opvolgende gesprekken. Ook het reclamebureau
aan wie ze zich graag zou verhuren, is van goede wil. Een strakke huisstijl en
een glimmende brochurereeks was inderdaad wat haar nog aan munitie ontbrak. En
alsof het momentum zich speciaal voor haar heeft ontvouwen, alleen vandaag kan
de deal met een gratis set visitekaartjes worden gesloten.
Een
smetje bevuilt haar blazoen als in de lange rits koude entrees een door een
deadline gesmoorde projectleider met hakkelende dictie naar haar onmiddellijke
inzetbaarheid informeert. “Bent u bereid te werken met een VAR-ken?” is tot
haar grote ontzetting zijn verzoek. Vol afschuw over het oneerbare voorstel, verbreekt
ze resoluut de stroom bits en bytes die door haar toestel raast.
De
schrik is van korte duur als het telecombedrijf waarmee ze belt haar een
aanlokkelijk voordeel verschaft. De drie toestellen waarover ze beschikt
blijken gunstig in een bundel te kunnen worden ondergebracht, meldt de HR Manager
die haar doorverbindt met de afdeling verkoop, nog voordat de personeelsfunctionaris
van haar wederdiensten op de hoogte is gebracht.
Een
lange werkdag nadert het einde. De wijzers van de klok vervolgen hun regelmaat
richting het tijdstip waarop werkend Nederland haar ware arbeidsethos verraadt.
Een stilleven van gestapelde koffiekopjes getuigt van de vele successen: een
ondernemersverzekering, een drievoudige oplage reclamefolders voor de prijs van
één en een vereenvoudigde belbundel, zowel zakelijk als privé. De acquisitie
had geloond. Ze durft zelfs te spreken van een fantastisch resultaat. Maar met
een varken werken…? Dat nooit!
Abonneren op:
Posts (Atom)






