dinsdag 21 mei 2013

Zelfstandige Zonder Plan



Meer dan 760.000 ZZP’ers telt onze werkzame bevolking. Ondernemingslustige éénpitters gedijend onder autonomie, wars van de mierenkolonie die zich dagelijks in gang zet in onmetelijke files naar de randstad. Aanpakkers die hun kwaliteiten liever in tijdseenheden factureren dan een bureaustoel te vullen met acht uur aanwezigheidsplicht. Maar de economische neergang heeft niet alleen talent uitgebraakt. Onder het groeiende bestand zelfstandigen schuilen noodgedwongen eenlingen die door geen bedrijfsplan meer verdedigd konden worden. Voor zichzelf beginnende hobbyisten met de schijn van zakelijk vernuft. Amateurs voor wie de verbeelding gelijk staat aan krediet en zelfoverschatting geldt als een te verkopen goed…
Ze balt haar vuisten. Grijnst om haar eigen volmaaktheid. Een business plan heeft zij niet nodig. Dat is meer iets voor kneuzen op zoek naar houvast. Voor haar geen nodeloze analyses of een kritische reflectie op het te vermarkten product. “Overbodige ballast”, spuugt ze haar minachting de kamer in. Afkeuring als dekmantel voor een in de kern aanwezige onzekerheid, zorgvuldig verdrongen tot in de zijkamers van haar ziel.
Zij volgt haar eigen weg. Succes valt of staat met het hebben van een website, verzekert ze zichzelf tevreden. Een reusachtig inch-scherm vult de ruimte. Klaar om haar kwaliteiten overtuigend uit te stallen in de hoogste resolutie. En kwaliteiten heeft ze. Net als de duizenden bondgenoten voor wie vervlogen aspiraties bij de schoolkrant garant staan voor een oplage visitekaartjes met communicatiespecialist. Een 8-megapixelcamera op een smartphone voldoende munitie biedt voor het starten van een eigen fotostudio. Trost is ze op haar eigen eenmanszaak, waarvan ondoordachte diensten schuil zullen gaan tussen miljarden webpagina’s wereldwijd. Ze verheugt zich op de naderende lancering van haar digitale winkelvloer.
IJverig wordt er gegoogled. Nog een laatste maal speurt ze naar de gouden formule de surfende klant voor zich te winnen. Het nietsvermoedende slachtoffer te verleiden. "Een goede overredingsstrategie steunt nog altijd op de drie overtuigingsmiddelen uit Aristoteles' Ars Rhetorica”, meldt een zoekresultaat. Logos, ethos, pathos. Zij zal zich richten het eerste: een doeltreffend logo.
Een sjabloon wordt zorgvuldig aan een kleurenprisma onderworpen. De tot slogan omgevormde bedrijfsnaam beiert een allitererende klankenkitsch. De kakofonie aan loze beloftes is nu klaar om live te gaan. Schreeuwende tinten kwijlend om aandacht. Een beeldmerk met een missie. Een zendeling op oorlogspad. Zij de zelfbenoemde ondernemersgeest schuilend achter een url-naam. 
Ze is slechts een toevoeging aan die groeiende lijst quasi ondernemers die door economische tegenwind hun ergonomische bureaustoel werden uitgeblazen. Een lijst met uit nood geboren éénpitters voor wie ontslagbescherming en een veilig voorgekauwde strategie nu wegvielen. Een lichting dolenden, als een Tsunami voortgestuwd door de crisis. Een aanstormende golf die de registers de komende jaren nog zal vullen. Een nieuwe groep Zelfstandigen Zonder Plan.

dinsdag 30 april 2013

De (des)illusie




Succesvol ondernemen, een riant inkomen, korte werkdagen en veel vrije tijd. Het kon allemaal via Business Bootcamp, het tweedaagse seminar van Open Circles. 1.200 bezielde gelovigen hadden in het congrescentrum in Nieuwegein een brainwash ondergaan. Onder de zwemmende gebaren van de messias werd met duizenden high fives een op handen zijnde rijkdom beklonken. Een nieuwe lichting van 1.200 achteroverleunende miljonairs zou het CBS in haar statistieken kunnen bijschrijven. Zou…
Honend gesnuif vult haar kamertje. De belofte was als de heilige graal aan haar neus voorbij gegaan. Haar slaafse aanbidding en de prijzige opvolgcursussen ten spijt. De gepredikte winstverdubbelaar had zich slechts op één rekening geconcentreerd, wist ze nu. En dat was niet de hare.


De illusie had een houdbaarheidsdatum. Open Circles bleken open deuren naar een voorgespiegelde toegang tot die gretig nagejaagde ruimte daarachter: het gedroomde Walhallla voor ondernemers. Zelfs de ladder van peperdure vervolgtrainingen had niet tot de poort geleid. 
Zorgrimpels tronen haar gezicht. Ze denkt aan haar huur, aan de Peugeot die moet blijven ronken. Trainingen, coaching en seminars brachten haar jaarrekening in disbalans. Maandelijkse ballast die haar schip langzaam deed zinken. Beschaamd voelt ze zich in haar maagdelijk vertrouwen. Teleurgesteld is ze over de mislukte oogst. Maar een volgende utopie gaapt alweer over haar akkers.
Een grijns smoort haar gekrenkte zelfbeeld. De prille aanwas van herboren vertrouwen. Het laatste restje hoop was snel gekiemd. Succes bleek bereikbaar. Succes behoefde enkel een stappenplan. Succes was een levenskunst beschreven in bejubelde boekjes. Door te dromen, te durven, te doen! De koning onder de bestsellers wist het haar te verzekeren: Dit wordt jouw jaar!  
Cookies banen zich een weg over haar server als ze het digitale winkelmandje vult met de zelfhulp top 10. Waardevolle data traceren haar queeste naar succes. Enen en nullen razendsnel op weg naar geraffineerde marketeers van de maakbaarheidsindustrie. Handelaars in massaal bezongen mythes.
Een advertentie popt op. Reclame die rept over grip op je leven. Workshops, trainingen en themadagen, zorgvuldig getarged op het profiel van de dolende ziel: Neuro Linguïstisch Programmeren. Drie pretentieuze woorden met een claim op succes. Woorden appelerend aan een hemels placebo-effect.
De glans van wetenschappelijkheid voedt de verwachting. De schreeuwende verleiding knippert haar als een reddingsboei tegemoet. Ze zal weer vat krijgen op haar leven. Nieuwe opdrachten! Omzet! Groei! Een florerende onderneming, bereikbaar met één druk op de knop!
Een geslaagde aanmelding wordt bevestigd. De hoop op verlossing bekracht. “Tjakka”, galmt haar vreugdekreet door de kamer. En zo wordt de desillusie opnieuw vooruit geschoven. Zo neemt zij wederom een voorschot op succes....

vrijdag 1 februari 2013

Business Bootcamp




Vellen papier rollen uit haar printer. De inkt meandert in gekleurde banen naar een vast markeerpunt. Routes naar het epicentrum dat haar leven op haar grondvesten zal doen schudden. Business Bootcamp. Een heropvoedingskamp voor startende en zelfstandige ondernemers, waarvan het succes maar niet wil lukken. Of, zoals zij zelf weet, waarvan het uitzonderlijke talent maar niet gewaardeerd wordt.

Gedecideerd vouwt ze de ANWB planner in tweeën. Alles valt of staat bij een goede voorbereiding. En goed voorbereid is ze. De A2 weer open. Vijf banen naar het congrescentrum in Nieuwegein. Maar je weet 't maar nooit. Zeker niet met... Met wat eigenlijk? Ze bromt nors. Het doet er niet toe. Ze steekt de papieren bij haar TomTom. Hop in haar olijfgroene Crumpler.

De Peugeot wordt het megalomane terrein op gestuurd. Vindt na een extra ronde eindelijk plaats tussen twee gelijke middenklassers. Opgetogen voelt ze zich als ze de 1.6 litermotor tot bedaren brengt. Hier moet ze zijn. Hier zal het gebeuren. Ze zuigt haar longen nog eens vol voor de komende master course. Verheugd rekken haar ledematen zich uit.

In de zaal is het druk. Meer dan 1.200 volgelingen wisten hun goeroe te vinden. Een fenomeen is het. Via een piramidespel van aanbevelingen vlogen de superlatieven over het glasvezel. Deze man wist hoe van je hobby je business te maken. Deze man wist krachten om te zetten in keiharde euro's. Het is haar held. Trots is ze op het gedroomde fortuin van haar eigen bedrijfje dat na deze dag van de grond zal komen.

Ze speurt de ruimte af. Twee grote schermen dienen ter versterking van het podium. Maar zij gaat voor een plaatsje vooraan. Schuifelend zoekt ze een stoel op de eerste rij. ‘Gereserveerd’. Haar ogen spieden vluchtig om zich heen. Rats. Het papier wordt in een rukbeweging verwijderd.

Ze springt op in het gejuich als het wonder met strak samengebonden haar de vloer betreedt. ‘Na deze dag bent u een ander mens’, zwemt hij met zijn armen over de kudde. Haar ogen worden vochtig. Kijk. Eindelijk iemand die het beste met haar voor heeft. Hij zal zijn antwoord als een verlosser over haar uitstorten. Ze slikt. Sabbelt gedwee op haar pen. Een maagdelijke blocnote hangt week over de knie.

Er wordt gepredikt over een winstverdubbelaar. Dat het geen schande is rijk te willen zijn. ‘Yeah!’, laat ze zich als enthousiaste gelovige luidkeels ontvallen. Maar je moet er wel iets voor willen doen. ‘Hoe meer je erin stopt, hoe meer je eruit haalt’, verwijst hij naar de dure opvolgcursussen in de folders onder de stoelen. Gebiologeerd knikt ze haar begrip voor deze weldoener. Hier staat een man met het hart op de juiste plaats.

De kracht van social media. Hyves. Facebook. Twitter. Het is effectiever dan adverteren, weet ook de paardenstaart. Er klinkt een instemmend gebrom. ‘De mooiste aanbeveling wint een gratis cursus’. Haar afgekloven nagels zwerven over de toetsen. Zoekend naar 140 leestekens die haar aanbidding treffend verwoorden.

De mobieltjes worden weg gestoken. Galmende boxen verrijken de hoofdact met een opzwepende beat. De zaal verandert in een opgewonden gekrakeel van dansende pupillen, slaafs stampend op het gedreun. Ze gaat op in de menigte gelijkgestemden. Ze lacht. Dit is haar tempel. Dit is haar religie.

Het is al donker als ze de verlaten snelweg oprijdt. Een Moleskine op de bijrijdersstoel herbergt de gouden tips alsof het de tien geboden zijn. De teller op haar dashboard noteert een keurige 70 langs wegwerkzaamheden huiswaarts, als ze wordt overvallen door een sentimentele snik. Moreel besef dat opborrelt als uit een afvoerputje. Niet iedereen heeft de kracht herboren te worden, weet ze bij het zien van de fluorescerende jasjes, omringd door een walm van teer. Zij heeft toch maar verdomd veel geluk.

Een nieuwe koers zal ze varen. De winstverdubbelaar slechts een begin. Ze mijmert over toekomstige fusies en overnames. Een beursgang wellicht. Grenzen zal ze oversteken. Expansie. Overzeese vestigingen. Zij de vrouw van de hernieuwde aanpak. Van baanbrekende visies. Van innovatieve strategieën. De pionier van nog onontgonnen wegen.

Een zelfvoldane grijns troont haar gezicht, begeleid door een eenzaam, zacht motorronken dat de wagen vult. Haar blik is onafgebroken op de navigatie gericht. Het scherm schijnt haar vredig tegemoet. Uniforme lijnen zonder zijvertakkingen. Gebaande paden. Recht vooruit. Veilig voor haar voorgeprogrammeerd… huiswaarts.






zondag 18 november 2012

Onder psychoten deel II - Sinterklaas



‘Hij komt, hij komt’, zingt de theatrale persoonlijkheid uit twee volle borsten. De paranoid kijkt verschrikt om zich heen.

De schizofreen likkebaardt tevreden. Hij mag dit jaar alle Pieten spelen. Zijn karakters dollen met de dwangmatige persoonlijkheid, die driftig al het snoepgoed sorteert.
‘Marsepein!’ smeekt de maniak die nog wel wat suikers kan gebruiken. ‘Pepernoten! Pepernoten! Pepernoten! Pepernoten!’ completeert de dwangneuroot het refrein.

‘Stijlloos!’ protesteert de borderliner die haar eigen naam even vergeten lijkt te zijn. ‘De R van Respect?’ briest ze, in argwaan wijzend op de letter die in haar broze muiltje is beland. ‘Ratelende Rebbelkont’ sist de antisociale persoonlijkheid haar toe.

Daar wordt aan de deur geklopt. ‘Wie is hier de goed heiligman!?’, bromt de narcist die geen enkele concurrentie duldt. ‘Ben ik niet jullie jarige vrind!?’ ‘Hyperdehyperdepiep hoera!’, zingt de maniak hem uitbundig toe.

Uit een hoekje klinkt gestommel. Het is de depressieveling, waarvan bovenaan het verlanglijstje een lang springtouw prijkt. De afhankelijke betrekt hem bij het gezelschap. Want ook al ziet hij zwart als roet..., hij meent het toch goed.

woensdag 17 oktober 2012

Samenwonen


‘Samenwonen’. Zoals ze het woord uitspreekt. Een wens vol liefde in haar toon gebracht. Ik neem een slok water. Mijn blik strak op het peper- en zoutstel gericht.
‘Samenwonen’, herhaal ik om tijd te rekken. Nerveus tol ik de servetring op het kraakwitte damast.
Mijn huis leent zich er goed voor. Het was een argument dat ik niet kon tegenspreken. Drie slaapkamers. Zij haar ruimte, ik mijn ruimte, klaar. Ik kijk naar mijn vriendin die juist haar tanden in een Thais kip-envelopje zet. De krokante verpakking komt als kruiende ijsschotsen omhoog. Rode kipvulling valt met een plof op haar bord.

‘Nee, dank u’, gebaar ik de ober. Zonder bijschenken wordt de Bollinger in het ijswater terug geplaatst. Geen bubbels meer voor mij. Visioenen voldoende die mijn hoofd doen bruisen. Samenwonen. Ik had het eerder gedaan. Zonder officieel plan. De schimmel had zich sluipend in mijn voegen ingevreten. Kastplank voor kastplank had de invasie plaatsgevonden. Als een langzaam optrekken naar Ieper. Mijn eigen huis een loopgraaf, waarin ik geleidelijk werd teruggedrongen. Fatsoen en respect met baggervoeten getreden.
 
Een lontje knettert als het langzaam verdrinkt in het kaarsvet. Hoe lang kan ik mijn antwoord nog rekken? Mijn vingers trekken scherpe lijnen in het servet. Als een vredesvlag plant ik de gevouwen toren naast mijn bord. Mijn blik provocerend op mijn lief gericht. Ze wiegt eeuwig kalm met haar Port. Druppels als bloedrode kralen hangen traag in haar glas.

‘Tja’, vul ik onnozel de stilte. Mijn lepeltje tikt op de bruin geblakerde korst van de crème brûlée. In ons bijzijn geflambeerd als een vlammend spektakel. ‘Tactiek verschroeide aarde’, mompel ik onhoorbaar. Mijn vrienden, mijn huis, mijn baan. Hoeveel pogingen waren er destijds ondernomen om mijn leven te ondermijnen? Om vertrouwde kanalen te ontwrichten?


‘Is het niet wat snel?’, refereer ik aan het fiasco wat ik nog geen jaar geleden de deur uit had gezet. Het kussen naast mij amper van een gespleten geest gelucht. Moeite had het me gekost om me van mijn vorige vergissing te verschonen. Me van een grande blamage te zuiveren.
 
Ze kijkt me aan met haar zalvende lach. Die glimlach. Altijd weer die glimlach. Mijn lepeltje zakt week in de vanille brei. Haar hand. Schuivend over het witte laken. Haar vingers vervlechten zich met de mijne. Één van haar ontelbare manieren om mij te vertellen ‘Ik hou van jou’. Hoe vaak hadden deze vier woorden mij in hun leegheid gevonden? Holle letters uitgewasemd als een verrottingsgeur, vermengd met de odeur van Clinique. Ik snuif nog eens diep. Alsof ik mezelf wil verzekeren niet opnieuw bedwelmd te raken door een gordijn van mosterdgas, verward met een roze wolk.
 
De rekening. ‘Mastercard!’, zeg ik terwijl ik al aanstalten maak met de ober mee te lopen. De bar omkleed met barokke kitsch die mij in veelvoud weerkaatst. ‘Mon petit Versailles’, grijns ik als ik in deze spiegelzaal met mijn handtekening de rekening vereffen. Terwijl de kassa ratelt, zie ik hoe mijn geliefde nog altijd haar onvoorwaardelijkheid uitstraalt. ‘Wat houdt me nog tegen?’, denk ik wanneer mijn hand in een vaas met snoephartjes graait. Als engelenkaartjes fluisteren de pastelkleurige teksten me toe.

‘Wacht’. ‘Nee’. ‘Help’. ‘Stop’. ‘Love’. Ik staar naar het lot dat als een anachronisme in mijn handen brandt. Een overpeinzing verliest het van een plots opkomende glimlach. Ik weet het zeker nu. De ober overhandig ik gehaast een gesuikerde fooi. Rennend baan ik me tussen de tafeltjes door. Over het hoogpolig tapijt dat me als een rode loper de weg lijkt te wijzen. Hijgend kniel ik bij mijn dame neer. Happend naar adem voor die ene boodschap. Die ene zin, waarvan het me zo moeilijk scheen hem ooit nog uit te spreken. In vrede getekend. Mijn blik op de toekomst: ‘Ja, ik wil!’





vrijdag 21 september 2012

Buitengewoon ambtenaar





Ze staat achter haar spreekstoel. De Vondelkerk. Niet een ranzige kroeg met geïmproviseerde stoelen. Nooit! Dat zijn de locaties voor collega’s. Niet voor haar. Je moet duidelijk zijn. Selectief. Ze is dan ook niet zomaar ambtenaar van de burgerlijke stand. Ze is buitengewoon ambtenaar van de burgerlijke stand. Een verschil dat telt. Tevreden gluurt ze over het publiek. Háár publiek. Want het lijkt dan wel of men voor het bruidspaar is gekomen, maar vergeten wordt dat juist  zij de dag maakt. Geef ze maar eens de kost. De prutsers. Ambtenaren die bijbeunen. Ze snuift hooghartig.

Ze verschikt wat aan haar nachtblauwe toga. Een stapeltje A4-tjes wordt een laatste maal gesorteerd. In sierletters heeft ze zich voorbereid. Zo doet ze dat. Alles draait om lijstjes. Haar inmiddels vermaarde uitsmijter bewaart ze voor het laatst. Ze grinnikt zacht. Zich verkneuterend bij de gedachte dat haar boodschap tot tranen zal roeren. Dat het juist haar motto zal zijn dat het prille paar op de goede weg helpt.

Gekuch. Ze hervat zich. Het is zaak je niet te laten afleiden. Zelfs niet door je eigen voortreffelijkheid. Trouwambtenaar zijn vraagt namelijk om leiderschap. Plichtsbesef! Trots heft ze haar hoofd. “Dames en heren, mag ik uw aandacht”. Ze blaast haar opening door de microfoon. Het geroezemoes verstomt tot in de zijbeuken. Ze glimlacht. Kijk, dit is nou die controle waaraan je een leider herkent. Hier staat een vrouw van de wereld. Hier staat één brok verantwoordelijkheid. Want die neemt ze! Ze slikt. De gedachte aan haar generositeit emotioneert haar.

De toespraak wordt ingezet met zoete spreuken. Over het huwelijk. Over de liefde. Want houden van kun je jezelf aanmeten. Houden van is een façade van woorden, geleend uit boekjes. Ze weet het zelf maar al te goed. Verhandelingen van Gibran. Citaten van Coelho. Ze kent ze allemaal. Rijen vullen haar boekenkast. De ruggen prijken parmant de kamer in, een geletterdheid veinzend.

“Da-a-a-mes en heren”, vervolgt ze. Maar haar stem hapert. Of is het de microfoon? Een ferme tik op het apparaat doet het fluitend galmen onder het kruisgewelf. “De lllliefde…”, haar tong rolt zich uit als een dikke lap. Als een volgezogen kipfilet ligt het orgaan voor in haar mond. Een dijk die het publiek wil beschermen voor het nog uit te braken Blokker-proza.

Ze krijgt het warm. Nee, heet! Was het hier nou zo broeierig? Haar hand rukt het gesteven befje los van haar natte nek. De zaal bromt een chaotische onrust. Haar bezwete bovenlip hapt hijgend in het kapje van de microfoon. “Het dak van het huwelijk lllleu-eu-eu-eunt het best op twee pilaren”. De echo van Gibran doet de kerkzuilen kreunen. Ze knippert met haar ogen. Het duizelt haar, maar juist nu is het zaak om bij de les te blijven. En dat kan ze! Krampachtig omklemt ze het blad van de katheder. Hangend over het gestoelte richt ze zich tot het bruidspaar. “Wederkerig ress…sspect” slist ze met bijval van een zweem speeksel. “Resphuh….”. Een oprisping kolkt in haar maag. Ze vermant zich. Moet zich vermannen! “Resp…buuuurp”, boert haar derde poging door het middenschip.

Doodse stilte in de zaal. Het publiek gaapt onder haar als een diepe kloof gevuld met argwaan. Ergens vanuit het Vondelpark kraait een haan. Onzeker voelt ze zich nu. Naakt voelt de string onder de rokken van haar toga. Maar ze moet zich schrap zetten. De zaal voor zich terugwinnen. De uitsmijter! Haar laatste strohalm. Ze hapt naar adem. “….Blijf het leven….vooral....door elkaars o-o-o-gen zien.”

Op de voorste rij klinkt zacht gegniffel. Een eerste proest breekt los, gevolgd door een aanzwellend gelach, golvend over de rijen. De zaal schatert het uit nu, briesend in een honend gebrul. Ze slaat nerveus met haar hamertje. Tik, tik, tik. “St-t-t-tilte!” Tik, tik, tik….

Een tak zwiept ritmisch tegen het raam als ze geschrokken om zich heen maait. Haar lakens voelen klam. Maneschijn streelt het fluwelen gewaad aan de kledingkast. Zachtjes deint het mee op de nachtelijke bries. Een greep naar haar bril op het nachtkastje. Ze ziet al jaren niet meer zo helder, maar weigert eraan toe te geven. Trillend plaatst ze het vehikel op haar neus. Een zucht van opluchting bij het zien van haar toga. Zelfs vanaf een hangertje ontleent het haar ruggengraat. Ze glimlacht om de vermeende boze droom.

“Respect!” proclameert ze met gebalde vuist vanuit haar kussen. Maar dan is ze even in vertwijfeling gebracht. Hoe spelde je dat ook alweer? Met een c of met een k-k-k-kaa? Een boertje ontsnapt aan een slaapdronken geeuw. <buuuurp> Ze giechelt. “Verhip! Hihihihi”. 




zaterdag 28 juli 2012

Een stralende teint




Ik lees het doktersrecept nog eens over. De suffixen op het briefje geven me het gevoel dat ik op zoek ben naar een klein onoverwinnelijk dorpje in Gallië. Niets is minder waar. Ik sta in de De Lairessestraat bij de De Lairesse Apotheek. De chemische graancirkel die ik betreed is een ervaring op zich. Als je niet bekend bent met CSI heb je toch op z'n minst het idee dat je in een klinisch groene capsule bent beland. Vanuit een omtrek van 360 graden word ik beschenen door een zeegroene neonverlichting achter ontelbare transparante lades. De counter hangt als een zwevende rib in de ruimte.
 
Achter mij een poster van Vichy. Het merk dat leunt op een autoriteitsargument. Verkocht door uw apotheek dus goed. Het persuasieve effect slaat mij niet over. Dagelijks bestudeer ik mijn tronie op zoek naar die beloofde stralende teint waar de verpakking van het zachtroze thermale wondermiddel over rept. Het uitblijven ervan nu. Begrijpelijk gezien de toestand waarin ik hier bij de balie van de distributeur sta.
 
Ik kijk naar de donkere dame achter de toonbank. Zie dat ze moeite heeft telkens weer die hanenpoten op witte memo's te ontcijferen. Haar sneakers piepen op de strakke gietvloer tijdens een behendige draai richting de verlichte medicijnbakken achter haar. De lades zingen soepel in de geleiders als ze er drie doosjes uitneemt.
 
"Dit is voor de insulten", verklaart ze terwijl de verpakking in de papieren zak verdwijnt. Ik hap naar adem. Volg de assistente die druk is met het afwerken van de lijst. Na een greep uit een bak worden er zes injectienaalden aan toegevoegd. "Bij iedere injectie een nieuwe naald gebruiken. Dus zes keer per dag." Kuchend sla ik met mijn vlakke hand op mijn borst. Ik zoek houvast in een zak honingdrop, haar blik in een moment van afleiding op mij gericht. "Heeft u iemand die u daarbij kan helpen?" Ik slik. Mijn huig plakt bitter in m'n keel. "In een terminale situatie heeft u recht op aanvullende verzorging", hoor ik haar toelichten. Een benauwdheid beknelt me. Ik wil weg. Zo snel mogelijk naar huis. De witte zak met de esculaap onder mijn arm geklemd.
 
"Nummer 96!" klinkt het door de ruimte. Ik kijk naar de Yin en Yang op mijn papiertje. Mijn beurt. Met een blaffende hoest overhandig ik mijn Asterix en Obelix. "Een griepje vermoed ik?" Ik knik terwijl ze het recept open vouwt. "En...", een volgende aanval onderbreekt mijn spreekbeurt. In een gelaten poging mezelf duidelijk te maken maai ik mijn lusteloze hand richting de roze grafische print achter haar. Ze draait zich om. "En een flesje Vichy reinigingsmousse", weet ze mijn zin af te maken. Ik glimlach. Die stralende teint. Daar gaat het om.